De geschiedenis van de biologische landbouw en voeding in Nederland

29 juli 2012 – Onderzoeksjournalist, historicus en biologisch tuinder/wijnbouwer Dick Hollander promoveerde 7 mei 2012 op de geschiedenis van de biologische landbouw in Nederland. Van zijn proefschrift maakte hij een publieke editie, waarmee het ook voor een breed publiek toegankelijk is. Een boekbespreking door Lucas Brouns, die het proefschrift las, de promotie bijwoonde en daarna deze publieke editie las.

Tegen beter weten in – De geschiedenis van de biologische landbouw en voeding in Nederland
Dick Hollander
4 Heuvels, 2012 (harde kaft, 175 pagina’s)
€ 24,50
Verkrijgbaar bij www.4heuvels.nl (lijst met verkooppunten en bestelling per post)

Beter weten?
De titel Tegen beter weten in slaat tegelijkertijd op het ondernemerschap onder de biologische vlag en op het agrarisch beleid tussen 1880 en 2001 <zie voetnoot1 hieronder>.

Het boek is daarmee van belang voor zowel ‘gangbare’ agrariërs en hun vertegenwoordigers als voor de ‘biologische’. Hollander is behalve (voormalig, biologisch) tuinder en wijnbouwer van oorsprong ook historicus, en dus goed ingewijd in de economie, politiek en sociologie. Zo kan hij de kernvraag van dit onderzoek zeer grondig beantwoorden. Die kernvraag luidt: Waarom ontwikkelde de biologische landbouw zich in Nederland zo moeizaam? Want het landbouwareaal voor biologisch werkende agrariërs is in Nederland (cijfers 2011) met 2,6% veel kleiner dan in bijvoorbeeld Oostenrijk, Zweden en Estland (respectievelijk 18,5%, 12,8% en 11%)<zie voetnoot2 hieronder>.

The powers that be
Het antwoord van Hollander legt een bewuste tegenwerking vanuit de overheid bloot, deels autonoom en deels als verlengstuk van het landbouwaggregaat. Verder wordt uitgelegd welke rollen de agrochemische industrie en spelers in de voedingsbranche hebben vervuld. Hoewel de auteur inderdaad zelf decennialang biologisch tuinder en wijnbouwer is geweest, onderbelicht hij in dit boek als wetenschapper niet de eventuele flaters van milieubewuste pioniers, bijvoorbeeld waar er Kabouters onderling ruzieden in de jaren zeventig.

Silent Spring
Tegen beter weten in verschijnt precies vijftig jaar na het boek Dode lente (Silent Spring, door Rachel Carson), dat in de Verenigde Staten ‘als een bom’ insloeg en een enorme impact op het gebruik van bestrijdingsmiddelen heeft gehad. In Nederland werd het, concludeert Hollander, door de wetenschappelijke wereld ‘doodgezwegen’. Carson bepleitte (in de tijd van de DDT) een totaal andere manier van plaagbestrijding, die volgens Hollander ‘achteraf gezien het midden houdt tussen louter biologische en harmonische of geïntegreerde bestrijding’.

Breder plaatje
Het biologische pionierswerk wordt in het bredere perspectief geplaatst van de Nederlandse handelstraditie en het Nederlandse en Europese beleid op voedselvoorziening en arbeid. De conclusies stemmen niet zozeer vrolijk maar dat is (droog gezegd) niet belangrijk, aangezien het agrarische heden ook niet vrolijk stemt. We kunnen met dit boek juist zien waarop bepaalde keuzes in het verleden zijn gebaseerd, en daarmee een reëlere strategie bepalen voor een ‘gezondere landbouw’ in de toekomst.

Net op tijd
Het werk van de biologische pioniers (consumenten en producenten) wordt in dit boek beschreven in een reeks aardige portretten. We krijgen inkijkjes in de bedrijfsvoering en oogstresultaten en in de beweegredenen van een boel boeren en tuinders, van wie er een aantal ons bekend zullen zijn. Daarmee alleen al is het een historisch document dat net op tijd verschijnt, want Hollander staat met zijn respectabele leeftijd van 75 jaar precies in tussen de huidige tijd en de allereerste pioniers uit de jaren twintig (de auteur interviewde mensen die deze lieden nog hebben gekend).

We lezen hoe en waarom…
… de commerciële traditie van het al vroeg sterk geürbaniseerde Nederland er wellicht voor heeft gezorgd dat natuurwaarden hier minder leefden dan bij bewoners van Scandinavië, Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland.

… de landbouw enerzijds een impuls kreeg door kunstmeststoffen, maar anderzijds aan rentabiliteit inboette door de opwaarste druk van loonkosten die samenging met diezelfde industrialisatie.

… na WOII de export gestimuleerd werd om de deviezenstroom van onze natie weer op gang te brengen.

… de schaalvergroting in de landbouw na WOII aanvankelijk werd verworpen, maar later alsnog doorgang vond toen het agrarisch bedrijfsleven ambtelijke bevoegdheden kreeg in publieksrechtelijke bedrijfsorganisaties.

… Nederland een optimale proeftuin was voor agrochemische bedrijven (en Nederland decennialang de meeste kunstmest en bestrijdingsmiddelen per hectare gebruikte ter wereld!).

… bedrijven als de Staatsmijnen, Hoogovens, de Koninklijke Shell, Akzo en Organon grote spelers werden op de markt voor (stikstof)meststoffen, bestrijdingsmiddelen respectievelijk diergezondheidsmiddelen.

… opmerkingen van veeartsen die wezen op nadelige effecten van kunstmest voor kennisgeving werden aangenomen door het overheidsapparaat.

… de verwerkingsindustrie (o.a. Unilever) afhankelijk werd van een stabiele aanvoer van producten en zo het onderzoek naar bestrijdingsmiddelen, veredeling en andere teeltmaatregelen voorrang kreeg.

… het de biologische landbouw ontbrak aan een sterke lobbyorganisatie en ook aan doelmatige afzetorganisaties.

… het College Toelating Bestrijdingsmiddelen biologische gewasbeschermingsmiddelen weerde.

… het grootwinkelbedrijf steeds meer de primaire sector in zijn greep kreeg, waarbij het de voedingsmiddelenindustrie en de toeleverende industrie naar zijn hand kon zetten wat betreft prijzen en kwaliteiten.

… onder de Paarse kabinetten de biologische landbouw mondjesmaat werd gestimuleerd, vooral omdat dat van ‘Brussel’ moest, maar dat tegelijkertijd de overheid geen weerstand dorst te bieden tegen de agrochemische lobby, en bijvoorbeeld nog jarenlang het lage btw-tarief van kracht bleef op milieubelastende bestrijdingsmiddelen.

… de geëxternaliseerde kosten van producten uit de ‘gangbare’ landbouw en veeteelt (drinkwatervervuiling, volksgezondheid en al dan niet verborgen subsidies) niet zelden zijn afgewenteld op de belastingbetaler, waardoor het prijsverschil tussen gangbaar en biologisch blijft voortbestaan. <zie voetnoot3 hieronder>

… het markt- en prijsbeleid in het algemeen gunstig is geweest voor grotere bedrijven.

Realiteit
Hollander is historicus, en wilde ‘bijziendheid’ vermijden door zijn onderzoek tot aan het jaar 2001 te laten lopen. Met zijn epiloog doet hij in deze publieke editie evenwel een kleine voorzet voor opties in de toekomst. Dit is een discussiestuk, gebaseerd op praktische ervaring en op het hier besproken wetenschappelijk onderzoek, dat in de wetenschappelijke editie niet staat (het proefschrift, dat in plaats van een epiloog een uitgebreide samenvattende conclusie bevat, is ook te bestellen via genoemde website van de auteur). In het discussiestuk staan zaken waar verschillende mensen een uiteenlopende mening over zullen hebben, maar het is sowieso van onschatbare waarde voor de voedingssector van nu.

Inhoudsopgave handelseditie Tegen beter weten in
Inleiding
1 Een terugblik op de Nederlandse landbouw (1500-1945)
2 De biologische – dynamische landbouw (1924-1945)
3 De prijs van de arbeid (1945-1971)
4 Blijvend isolement – De geschiedenis van de biologische landbouw (1920-1970)
5 De prijs van de welvaart (1970-1990)
6 Kiemen en groeistuipen van de biologische landbouw (1970-1990)
7 Liberalisatie en onzekerheid (1990-2001)
8 Optimisme versus realiteit
Epiloog, Appendix, Bronnen, Audiovisuele bronnen, Lijst van geïnterviewde personen, Over de schrijver

Voetnoten
<voetnoot 1> Aldus antwoordde Hollander in de verdediging van zijn proefschrift aan de UU (7 mei 2012) op een vraag uit de promotiecommissie.
<voetnoot 2>Bron: Epiloog van Tegen beter weten in, handelseditie, 2012.
<voetnoot 3> Wie meer wil weten over geëxternaliseerde kosten, leze The value of nothing van Raj Patel, waarin wordt uiteengezet dat bepaalde hamburgers in feite niet $1 maar $200 kosten.

Eetbare bostuin: training permacultuur

20 t/m 24 augustus 2012 (ma-vr)
Praktische cursus permacultuur

  • 4 dagen training op bostuin Ketelbroek nabij Groesbeek
  • 1 dag aanleggen van een nieuwe bostuin nabij Assen

Eetbare bostuin: principes, ontwerpen en aanleggen

Een groot voordeel van tuinen waarin net als in de natuur vooral vaste planten groeien is dat ze op termijn veel minder onderhoud vragen dan tuinen met vooral eenjarige planten. Voedsel produceren en biodiversiteit kunnen goed samengaan. In de natuur vind je de meeste biodiversiteit in bosranden en aan oevers. Zo’n bosrand kun je oprekken tot een hele tuin: een stadstuin, een tuinderij of een groter voedselbos met hogere en lagere planten.

Deze cursus komt van pas voor mensen die de combinatie zoeken van biodiversiteit en voedselproductie in een mooie tuin, die leeft. Meer soorten planten en dieren, zonnige plekken en schaduwplekjes, en een goede oogst. In een bostuin kunnen allerlei lage en hogere planten. Er wordt veel gewerkt met eetbare vaste planten om het bodemleven op te bouwen en het onderhoud laag te houden.

De cursus bestaat uit zowel theorie als praktijk. We gaan op de vijfde dag samen een nieuwe bostuin aanleggen. U hoeft overigens nog geen groene vingers te hebben om aan deze cursus deel te nemen.

Inhoud van de cursus:
werking van ecosystemen
permacultuur-principes
toepassingen van planten
een succesvolle tuin ontwerpen
observeren
een levende bodem creëren
werken met kringlopen
zaaien, plantenen gereedschapsgebruik
rondleiding op bostuin Ketelbroek1 (0,8 hectare) door de ontwerper, Wouter van Eck
aanleggen van een nieuwe bostuin

Docenten:

Maranke Spoor en Wouter van Eck
+ co-docenten Taco Blom (Permacultuur School Nederland & Linder van den Heerik (www.eetbaar-groen.nl)

Kosten:
– 630 euro. Dit is inclusief maaltijden en overnachtingen in de bostuin! In grote lestent, of eigen tent. (Het is vanzelfsprekend niet verplicht om samen te eten en/of op de cursuslocatie te overnachten.)
– Als u wat meer comfort wilt dan kunt u gebruikmaken van de vele bed&breakfasts en campings in de buurt, kosten hiervan zijn wel voor uw rekening.
– Het aantal plaatsen is beperkt (10 à 15 deelnemers).

Inschrijven en betalen:
De cursus ‘Eetbare bostuin’ wordt mede verzorgd door Oefenboerderij. Voor meer informatie, betalingen en inschrijven voor deze training kun je terecht bij:
– Lucas Brouns
– Telefoon: 06 – 123 36 231
– E-mail: ln.jiredreobnefeonull@sacuL
– Twitter: @oefenboerderij
www.oefenboerderij.nl

 

Over de docenten:

Maranke Spoor is sinds drie jaar docent aan de Permacultuur School Nederland en België. Ze heeft een gedegen kennis van ecologie en veel ervaring in de praktische verzorging van tuinen, ook kleine stadstuinen. Maranke Spoor werkt op verscheidene tuinen in Utrecht.

Taco Blom is sinds negen jaar docent aan de Permacultuur School Nederland en België. Hij werkte voorheen als boomspecialist en tuinder. Tegenwoordig runt Taco Blom permacultuurboerderij Samenland, nabij Hasselt, waar hij producten verbouwt voor huishoudens, een winkel, een theehuis en een restaurant.

De Permacultuur School Nederland en België verzorgt korte en lange trainingen in permacultuur, een ontwerpsysteem dat natuurlijke ecosystemen nabouwt met een functie voor de mens.

Over de locaties

De bostuin waar de cursus plaatsvindt is Bostuin Ketelbroek. Zie http://eetbaarnijmegen.nl/eetbaar-bos-ketelbroek-de-horst/

De bostuin die we op de laatste dag van de cursus gaan aanleggen, zal schitteren op de Fair Puur en Bewust 2012. Na deze fair blijft de tuin ook bestaan. Zie www.detuinkabouter.nl

 

Zie ook ons artikel over eetbare bostuinen op www.voedselbos.com !

Klik op de cursus-flyer hieronder om deze scherper te zien.

Zaaien in perspotjes

In de tuinbouw had ik natuurlijk al talloze persblokjes met jonge plantjes uitgeplant. Nu mocht ik de spiksplinternieuwe persen van @MarankeSpoor gebruiken om zulke blokjes zelf te gaan maken. We hadden gehoord van collega-permacultuurdocent Taco Blom dat hij ze op zijn bedrijf Samenland laat maken van compost en zand. Nu was bovendien onze bladaarde zo goed als klaar. Gemaakt van voornamelijk beukenbladeren (die langzaam verteren overigens) na anderhalf jaar op een hoop te hebben gelegen (en deze winter een slaapplaats voor een egel geboden). Ja elke herfst zijn wij blaadjesjagers!

Bladaarde gezeefd in een kruiwagen. Wormen, miljoenpoten, pissenbedden en andere nuttige bodemdiertjes zo veel mogelijk uit de bladaarde en de compost gehaald, samen met de laatste takjes. De bodembeestjes laat ik los in de tuin op een plek waar ze niet uitdrogen. Zij worden niet meegeperst. (Lees mijn artikel ‘Een ondergrondse bankrekening’ op gevoelvoorhumus.nl !)

Twee emmers bladaarde, één emmer metselzand en ‘n halve emmer compost gaf een lekkere substantie. Nat gemaakt en geperst tot potjes. Courgettes, pompoenen, hartgespan, winterkolen, agastache en van alles meer gezaaid. Perspex platen erop zoals geleerd in cursus bij Designed Visions in Engeland. Jawel de superdegelijke Britse zaaiwijze. Uit het licht gezet in een hoekje van een kamer. Als het kiemt mag het naar buiten, als het rustig warm weer is tenminste. Ze komen dan op een rijtje achter de werkplaats van een buurman. ‘s Nachts en op bewolkte dagen gaat de polytunnel eroverheen. Op niet te warme dagen blijft de polytunnel er overdag ook gewoon op staan.